zaterdag 25 december 2010
Impassable
Eten was in Flat Dogs bijzonder stressvol. Permanent zaten er een tiental apen rond onze tafel, die zich met twee handelingen bezig hielden, jatten van eten en schijten, bij voorkeur boven op de auto, Omdat apen op mensen lijken resulteerde dit in een penetrante volle-luier lucht rond onze tent.
South Luangwa wilden we verlaten via de kortste weg op de kaart, een onverharde weg. De Italiaanse kamp manager noemde hem impassable, maar zoals we allen weten houden Italianen van overdrijven. Om een uur of acht vertrokken we.
De weg was passeerbaar maar het had niet veel gescheeld. Een aantal keren hebben we omwegen moeten zoeken omdat de hoofdweg weggeslagen was. Ook grote stukken water moesten we oversteken en we zijn vele keren de weg kwijtgeraakt omdat hij gewoon niet meer zichtbaar was. De laatste 100 km hebben we voor ambulance gespeeld en een mevrouw met een ziek kind en haar man meegenomen. De vrouw en kind waren zo ziek dat Liesbeth het nodig vond om zelf achterin te gaan zitten. Acht uur hadden we nodig om in Petauke te geraken maar de Italiaan had het mis.
dinsdag 21 december 2010
Lake Malawi
Nu de beslissing was gevallen om Mozambique over te slaan is er extra veel tijd om Malawi te bezoeken. Dat hebben we dan ook uitgebreid gedaan: 5 kampeerplaatsen aan het meer in Chitembe beach, Nkatah Bay, Kande beach, Senga beach en last but not least cape MacLear. Het water is prachtig blauw, de stranden goudgeel als de zon schijnt, de bevolking is aardig en tegen de hier en daar voorkomende bilharzia schijnt een middeltje te zijn, waarvan we de bijverschijnselen nog niet kennen. Kortom een prima vakantieplek voor ons dus…
De meeste campings aan het meer zijn goed uitgerust voor ‘overlanders’: groepen jongelui en oudere jongeren, die per truck van hotspot naar hotspot vervoerd worden; kortom primitief reizen en kamperen, maar wel met kok en een goed sightseeing programma. Soms wordt het wat druk als ze tegelijkertijd arriveren (feestje..). Gelukkig hebben wij dat maar 1 keer meegemaakt.

Intussen is de regentijd voorzichtig aan begonnen. Tussen de zonnige perioden valt er regelmatig een tropische hoosbui. In Senga bay hebben we op de verjaardag van Frus 35 cm in 2 uur gemeten, bijna de helft van de jaarlijkse neerslag in Nederland. Die bui ging zo tekeer dat de camping binnen no time veranderde in snelstromende beken, die alles met zich meenemen; zo ook bijna met de tuinstoel van Frus die net voor zijn verjaardag zo leuk versierd was. Met gevaar voor eigen leven heeft hij het meubilair in veiligheid weten te brengen.

Gelukkig was het er de rest van de dagen prima weer en hebben we ons aangenaam kunnen verpozen op de verschillende stranden tussen de visserij- en wasserijbedrijvigheid van de Malawis. Bovendien hebben we ons verder bekwaamd in het zoetwater snorkelen en het verorberen van vers geBBQde Okwomo vis.

Gelukkig was het er de rest van de dagen prima weer en hebben we ons aangenaam kunnen verpozen op de verschillende stranden tussen de visserij- en wasserijbedrijvigheid van de Malawis. Bovendien hebben we ons verder bekwaamd in het zoetwater snorkelen en het verorberen van vers geBBQde Okwomo vis.
zondag 12 december 2010
Tse tse
Omdat sommigen onder ons vonden dat we te lui en te vadsig werden van het vele liggen op de fantastische stranden en het nuttigen van de nodige Kuche-Kuche biertjes werd met algemene stemmen besloten om Vwaza met een bezoek te vereren. Er zouden onder anderen hele kuddes olifanten en nijlpaarden te bezichtigen zijn afgewisseld met groepen uitzonderlijk agressieve buffels.
Na twee uur zag de auto er van binnen uit als een slagveld met tientallen vliegen lijken en overal bloedvlekken tegen de ruiten, merendeels mensenbloed. We besloten dat dit wel weer genoeg opwinding was voor de dag en gingen maar weer gauw terug naar ons strand met de lekkere Kuche-Kuche biertjes.
Shoppen in Irunga
Ons shopritme bestaat uit eenmaal per week in een grote stad (Kampala, Kigali, Arusha, etc.) westerse niet bederfelijke etenswaren inslaan bij de Nakumatt, Shoprite, Metrosupermarkten. De prijzen in deze supermarkten vallen altijd
Het aankoopbeleid en de creativiteit in de keuken hebben er in ieder geval tot nu toe voor gezorgd dat geen van ons noemenswaardige darmklachten of erger opgelopen heeft.
Pangani Beach
Het duiken met bril, snorkel en vinnen is een kolfje naar de hand voor Frus en Liesbeth als ervaren duikers, maar ook Hennelies en Ipo verleggen hun grenzen onder water. Het water is gelukkig helder op zee en we zien prachtige koralen, zeesterren en –egels en vissen. Na deze vermoeiende bezigheid is het verplicht uitrusten op een onbewoond zandeiland omringd door de turkooizen zee. Na de terugtocht over de ietwat ruwere zee is het ’s avonds aan de wal ook weer heerlijk toeven, drinken en eten (‘champagne’ ter ere van de verjaardag van Lies). We besluiten een extra dagje Peponi in te lassen omdat we toch nog niet bruin genoeg geworden zijn.
Besloten wordt Mozambique te laten voor wat het is en direct door te rijden naar Malawi.
zondag 5 december 2010
Een hachelijk moment
Het werd even heel stil, binnen en buiten de auto, toen het contact sleuteltje werd omgedraaid. Wat nu !! De oplossing was dat Frus en Liesbeth hun auto zo gedraaid hebben dat de leeuwen in de gaten gehouden konden worden en er bij de geringste beweging alarm geslagen kon worden. Ipo is toen met rode koontjes en knikkende knieën onder de motorkap gedoken. Gelukkig werd het euvel snel gevonden en razend snel provisorisch gerepareerd. Nog even kijken of de kust veilig is en dan met een enorme sprong in de veilige auto. De opluchting is van beider gezichten af te lezen.
Serengeti – Tanzania
Om de een of andere reden verheugd verlaten we na een week Rwanda. Alhoewel het een heel mooi land is, waren de mensen toch niet zo uitgelaten en vriendelijk als elders. De verhalen die we in Rwanda van zowel Rwandezen als Europeanen hoorden hebben ons ertoe gebracht om Burundi over te slaan. Er is daar nog steeds een oorlog aan de gang tussen Hutu’s en Tutsi’s waardoor bepaalde gebieden gevaarlijk zijn. De wildparken zijn er leeg en Bujumburu, de hoofdstad is een dump want het heeft al twintig jaar geen nieuwe investeringen meer gezien. We besloten door te gaan naar Tanzania
Een paar kilometer over de grens met Tanzania vonden we een verborgen plekje om te overnachten. Maar zoals overal in Afrika, er zijn altijd mensen die je gezien hebben en ook hier stonden na 10 minuten een hele kudde kinderen ons te bekijken. Gelukkig werd het snel donker en gingen ze naar huis, maar we hoefden niet te vrezen, om zeven uur ’s morgens waren ze er weer. Ons doel was het wereldberoemde wildpark, de Serengeti, dat we wilden binnenrijden via de west-ingang.

Er zijn bijna geen woorden om de Serengeti te beschrijven, de hoeveelheden wild zijn werkelijk gigantisch. Behalve neushoorns die hier in een apart gebied geteeld worden hebben we alles gezien en vele diersoorten in enorm kuddes. We hadden het geluk dat de gnoe- en zebra migratie weer op gang was. De gnoes en zebra’s pendelen tussen de Massai Mara in Kenia en de Serengeti in Tanzania. Een miljoen beesten zijn dan op weg en wij reden met onze auto’s door deze kuddes rond. Het zag er letterlijk zwart-wit van de zebra’s en gnoes met daartussendoor kuddes olifanten en groepen giraffen. Ook leeuwen hebben we gezien, alhoewel in lichtelijk compromitterende omstandigheden, maar daarover meer in het volgende verhaal.
Dit alles is natuurlijk niet gratis, wij betaalden voor ons viertjes US$ 400 per dag. Het park is ook nog eens zo groot dat je het niet in een dag kunt oversteken. Men verlaat de Serengeti meestal via het Ngorogoro park (nogmaals US$400). Als je de dieren hier wilt zien zul je de Ngorogoro krater in moeten en jawel kassa, nogmaals US$400 voor ons groepje, alles per dag natuurlijk. Aangezien wij al heel wat parken gezien hadden en nog zien wilden, besloten we om via een grote omweg het Ngorogoro gebied te omzeilen. Dit was mogelijk via de Serengeti Kleins-gate die maar door heel weinig mensen gebruikt wordt, omdat de wegen verschrikkelijk slecht zijn. Dit had voor ons het additionele voordeel dat we dwars door bijna niet bezocht Masai gebied zouden trekken en aan het eind zouden we uitkomen bij Lake Natron met de enige nog werkende vulkaan in Afrika. Hij is namelijk nog in 2007 uitgebarsten.
Op weg naar Kleins gate hadden Frus en Liesbeth nog een klein incidentje met een cheeta, die bijna onder de auto rende. Helaas zat Liesbeth van de zenuwen zo te klungelen met de fotocamera dat het bewijs niet geleverd kan worden. Ook de laatste camping voor Kleins gate was niet echt goed voor een ongestoorde nachtrust. Een stelletje wilde buffels vond het nodig rond onze tent te schijten. Het was maar goed dat onze tenten boven op de auto stonden.
Vanaf de gate reden we inderdaad over een hele slechte weg door kleine Masai dorpjes, waar het merendeel van de mensen nog in traditionele klederdracht lopen. Helaas werd fotograferen hier niet gewaardeerd. Na vijf uur hobbelen zagen we Lake Natron liggen. We konden toen niet bevroeden dat we nog twee uur over de laatste 20 kilometer zouden doen. Onderweg hebben we nog gereedschap uitgeleend aan de chauffeur van een busje wiens motor op een alarmerende wijze olie verloor. De passagiers zaten uitgeteld in de hitte langs de kant. De vertraging maakte ze niet veel uit, er was toch maar één bus per week. Uiteindelijk aangekomen bij het meer vonden we een mooie camping gerund door een Nederlandse student van de Hotelschool in Den Haag. Hij was hier op stage en de echte manager, ook Nederlander, was er niet.
Twee dagen later gingen we weer verder en nu net ten oosten van het Ngorogoro gebied. Ook hier weer vele magnifieke vergezichten op de vulkanen en ritten door prachtige traditionele Masai dorpjes. Maar de dorpelingen zijn niet gek, rechts van de weg in Ngorogoro wordt flink verdient aan de toeristen en links van de weg waar zij wonen is er niets. Ze hebben er wat op gevonden. Een buitenlander, wij dus, mag de weg door het dorp alleen onder betaling gebruiken. Onnodig te vermelden dat er maar één weg is. En omdat alle buitenlanders miljonair zijn, wordt er flink uitgehaald. De eerste slagboom kwamen we pas voorbij na betaling van US$60. We hebben gepraat als brugman, maar het mocht niet baten. Ander dorpjes vonden dit een geweldig idee en zodoende hebben we nog twee keer de portemonnee moeten trekken. Uiteindelijk hebben we uitgerekend dat we praktisch niets bespaard hebben met onze detour. Maar we hebben wel een gebied en een samenleving gezien die niet veel anderen bezoeken.
Vanaf de gate reden we inderdaad over een hele slechte weg door kleine Masai dorpjes, waar het merendeel van de mensen nog in traditionele klederdracht lopen. Helaas werd fotograferen hier niet gewaardeerd. Na vijf uur hobbelen zagen we Lake Natron liggen. We konden toen niet bevroeden dat we nog twee uur over de laatste 20 kilometer zouden doen. Onderweg hebben we nog gereedschap uitgeleend aan de chauffeur van een busje wiens motor op een alarmerende wijze olie verloor. De passagiers zaten uitgeteld in de hitte langs de kant. De vertraging maakte ze niet veel uit, er was toch maar één bus per week. Uiteindelijk aangekomen bij het meer vonden we een mooie camping gerund door een Nederlandse student van de Hotelschool in Den Haag. Hij was hier op stage en de echte manager, ook Nederlander, was er niet.
Twee dagen later gingen we weer verder en nu net ten oosten van het Ngorogoro gebied. Ook hier weer vele magnifieke vergezichten op de vulkanen en ritten door prachtige traditionele Masai dorpjes. Maar de dorpelingen zijn niet gek, rechts van de weg in Ngorogoro wordt flink verdient aan de toeristen en links van de weg waar zij wonen is er niets. Ze hebben er wat op gevonden. Een buitenlander, wij dus, mag de weg door het dorp alleen onder betaling gebruiken. Onnodig te vermelden dat er maar één weg is. En omdat alle buitenlanders miljonair zijn, wordt er flink uitgehaald. De eerste slagboom kwamen we pas voorbij na betaling van US$60. We hebben gepraat als brugman, maar het mocht niet baten. Ander dorpjes vonden dit een geweldig idee en zodoende hebben we nog twee keer de portemonnee moeten trekken. Uiteindelijk hebben we uitgerekend dat we praktisch niets bespaard hebben met onze detour. Maar we hebben wel een gebied en een samenleving gezien die niet veel anderen bezoeken.
Tropisch regenwoud
De volgende dag maken we met gids een prijzige (50 $/pp) wandeltocht naar en door het tropische bos. Een deel van het bos is namelijk al gekapt en heeft plaatsgemaakt voor theeplantages voor de export en eucalyptusbossen voor de energie- en bouwmaterialen voorziening. In het regenwoud is het groen, groener groenst. De bomen, struiken, planten groeien over elkaar heen. Ook zien we alle kamerplanten, die je in Nederland kan vonden, in het wild. Maar apen ………… ho maar, die zie je in zo’n bos niet zomaar. Zeker niet de soorten, die zich boven in de bomen ophouden, zoals de chimpansees. En wanneer je niet extra geld hebt neergeteld om een ‘chimptracker’ in te huren, al helemaal niet. We zijn blij dat we die ene colobus onderweg gezien hebben….
De volgende dag hobbelen we weer 5 uur over onverharde wegen langs lake Kivu richting naar Kibuyo waar we in een Prestbyterian Conference Centre onze web site weer eens kunnen bijwerken.
Rwanda memorials
Over de grens verandert er wel wat; naast rechts rijden en borden in het Frans, lijken veel mensen minder vrolijk dan in Uganda. De recente burgeroorlog en de verschrikkelijke gebeurtenissen, die hebben plaatsgevonden, lijken nog te kort geleden (1994). We komen onderweg diverse monumenten tegen die herinneren aan de genocide slachtoffers en we passeren overblijfselen van vluchtelingenkampen, waaromheen intussen hard gebouwd wordt aan nieuwe woningen. Op diverse plaatsen zie je land ontgonnen worden en nieuwe dorpen verrijzen.
Het door de koloniale machten (België) geïntroduceerde systeem van ‘tribe registratie’ heeft de polarisatie tussen deze bevolkingsgroepen en het opsporen van tegenstanders tijdens de genocide periode ook geen goed gedaan. Aangedaan vertrekken we uit Kigali en kijken we met een andere blik naar de mensen om ons heen.
woensdag 17 november 2010
(Ba)Twa’s in het tropisch regenwoud
Dat was de start van de BaTwa (een soort pygmeeën, wordt hier gezegd) trektocht die wij, Hennelies en Ipo, maakten door het tropische bos van het Mgahinga park met een drietal
Op vermakelijke wijze (variërend van verhalen, acteerwerk, zang en dans) kregen we langs onze wandeltocht van 4 uur, allerlei informatie toegespeeld. Zo woonden de tropische bosbewoner community’s (30 personen maximaal) slechts kort op 1 plaats. Bij overlijden of gebrek aan voedsel, moest er verhuisd worden; geen wonder dat er geen overblijfselen terug te vinden zijn.
Het is de BaTwa’s niet goed vergaan in de afgelopen generaties: steeds meer bos is omgezet in landbouwgrond en sterker nog, de BaTwa’s zijn ten gunste van de Gorilla’s uit het overgebleven regenwoud van het Mgahingapark en ook uit andere bossen, c.q. parken rondom de 9 Virungu vulkanen, verdreven. De survival of the fittest kan raar uitpakken. Wij hebben een geslaagde dag gehad en hopen dat onze fees voor deze dag het leven van enkele BaTwa’s rondom het park hebben verlicht.
Gorilla tracking
En opeens sprong Liesbeth op. “Er zit iets in mijn broek, er kruipt iets door mijn broek en het bijt” Op zo’n moment worden alle fatsoensnormen opzij geschoven en hup de broek ging uit. Wat bleek, er waren een paar honderd bijtgrage mieren op weg naar boven. Zij had ongemerkt achter onze auto midden in een mierennest gestaan. En zij wilde alleen maar een kopje soep klaarmaken om van de inspanningen te bekomen.
Diezelfde ochtend waren wij tweetjes vertrokken vanaf het bezoekerscentrum van het Mgahinga Gorilla park met een gids, een bewaker en nog een onduidelijk persoon op weg naar een familie berggorilla’s die boven op de vulkaan wonen. Onderweg voegden zich hier ook nog twee trackers bij die ons naar de apen moesten leiden. De beesten blijven namelijk geen dag op dezelfde plaats. Na twee uur lopen en een paar honderd meter klimmen, werd ons verteld dat we mobieltjes uit moesten zetten en stil zijn, want we waren er bijna. Nou dat was geen woord te vroeg, want de eerste enorme aap rende al langs me. En dit was nog maar het kleintje, een “blackback” van 150 kilo. Verderop zaten drie “Silverbacks” die volgens de gids tot 400 kilo zwaar konden worden. Ik weet hun gewicht niet, maar ze waren enorm. In totaal bestond de familie uit 9 dieren, 3 volwassen mannetjes (“silverbacks”), 2 jonge mannetjes (“blackbacks”), 2 vrouwtjes en twee jonkies, jongetje en meisje.
Het is een heel aparte ervaring om op een paar meter van een familie berggorilla’s te zitten. Ondanks hun enorm imposante uiterlijk zien ze er heel menselijk uit. Ze spelen op de zelfde manier met de kleintjes als wij dat doen, de vrouwtjes stoeiden met elkaar zoals ook menselijke zussen dit zouden kunnen doen. Ook hun ogen zien er intelligent uit en zij observeren ons ook.
Wij hadden Mgahinga park speciaal uitgekozen omdat dit het enige park is waar je nog kort van tevoren kan boeken. Alle vergunningen in de andere parken worden opgekocht door
reisorganisaties en wij maken hier geen kans. Mgahinga ligt op het drielandenpunt van Uganda, Rwanda en Congo en heeft maar één gorillafamilie die tussen die drie landen pendelt en op dit moment waren ze gelukkig voor ons in Uganda. Een jaar geleden waren ze teruggekomen vanuit Rwanda met een extra wijfje. Het tekort aan wijfjes was volgens de gids ook de reden dat ze naar Rwanda getrokken waren.
Het kopje soep was ook het laatste eigengemaakte eten. Daarna braken de hemelsluizen open. Het water kwam zes uur lang met bakken uit de lucht, onmogelijk om zelf te koken. Gelukkig had de campingbaas een hele uitgebreide menukaart waar we alles van mochten kiezen als het maar groente , rijst of spaghetti was en vlees had hij al helemaal niet. Toen het eten twee uur later arriveerde waren wij in staat om gebakken schoenzolen te eten. Overigens was de rekening voor twee dagen kamperen, een maaltijd met drank en koffie €7,50 pp. Hierna kropen wij verzadigd en gelukkig onder onze klamme dekens terwijl de regen op de tent roffelde, dromend van Rwanda, want daar wilden we de volgende dag naartoe
Wij hadden Mgahinga park speciaal uitgekozen omdat dit het enige park is waar je nog kort van tevoren kan boeken. Alle vergunningen in de andere parken worden opgekocht door
Het kopje soep was ook het laatste eigengemaakte eten. Daarna braken de hemelsluizen open. Het water kwam zes uur lang met bakken uit de lucht, onmogelijk om zelf te koken. Gelukkig had de campingbaas een hele uitgebreide menukaart waar we alles van mochten kiezen als het maar groente , rijst of spaghetti was en vlees had hij al helemaal niet. Toen het eten twee uur later arriveerde waren wij in staat om gebakken schoenzolen te eten. Overigens was de rekening voor twee dagen kamperen, een maaltijd met drank en koffie €7,50 pp. Hierna kropen wij verzadigd en gelukkig onder onze klamme dekens terwijl de regen op de tent roffelde, dromend van Rwanda, want daar wilden we de volgende dag naartoe
Pillen
Liesbeth zat zich al een paar dagen te krabben en de bulten werden steeds groter en talrijker op haar lijf. Het werd tijd dat we medische hulp gingen zoeken. Betty, op wiens boerderij wij kampeerden verwees ons naar een bepaalde, volgens haar heel goede doktor, in Hoima in West Uganda.
Aangekomen bij de praktijk stond de arts al achter ons voor we ons bij de secretaresse konden aanmelden. Hij had gehoord dat er een paar witneuzen in zijn praktijk waren binnengekomen, iets wat niet vaak of misschien wel nooit voorkwam. De doktor was een goedgeklede maar vooral goedlachse man. Binnen vijf minuten had hij de diagnose gesteld en zoals later bleek, een juiste diagnose. Het was een allergie, waarschijnlijk tegen een bepaalde muggensoort. Maar om zeker te zijn gaf hij ons pillen mee tegen alle mogelijke oorzaken, als de ene niet hielp moest Liesbeth de volgende proberen, 50 in totaal. De eerste set hielp en zodoende hebben we er nog 45 over. Iemand geïnteresseerd in een ongebruikte wormenkuur? Ook een Prednison of antibiotica kuurtje hebben we in de aanbieding.
Landcruiser blues
Toch heeft de oude Roadrunner (Ipo & Hennelies) intussen de nodige kopzorgen en garagebezoeken opgeleverd. De laatste in Fort Portal, Uganda. Nu pas blijkt dat alle eerdere reparaties (uitlaat lassen, ventilator en verschillende rammeltjes) tot nu symptoombestrijding zijn geweest van de gevolgen van de harde klap op een rots die we op de weg tussen Moyale en Marsabit in Kenia hebben gemaakt (helaas niet opgemerkt bij onze laatste Toyota beurt). De motor bleek intussen niet meer aan het chassis te zitten en lag intussen aan de voorkant 3 centimeter uit het midden… maar wel blijven rijden. Op de steile oprit van onze camping (>15%) in het vulkaangebied in de westelijke rift, bleek uit het luide bonken pas echt hoe los hij zat. In Nederland zou je met een reparatie aan het chassis in het vooruitzicht zeggen: einde oefening voor een 18 jaar oude auto met 400.000 + op de teller en verklaar je de auto total loss.
Op naar de gorilla’s, (ba)twa’s, tutsi’s en hutu’s of … het volgende auto akkefietje ….??
maandag 8 november 2010
Watervallen
Uganda is bergachtig en nat. Dat bleek al op de weg ernaar toe, maar dat uit zich ook in allerlei wateren, die zich naar beneden storten.
De eerste camping in Uganda bood behalve een adembenemend uitzicht op de vlakten aan de voet van de Mount Elgon ook zicht op een van de drie Sipi watervallen. Met de lokale gids hebben we een prachtige tocht langs de watervallen gemaakt. Eigenlijk een wandeling langs paadjes door allerlei tuinen vol met bananen, koffie, suikerriet en allerlei groenten, waar de eigenaren aan het werk waren. Ook de waterval bleek een eigenaar te hebben, waaraan onze gids een deel van zijn fee kon afdragen. ‘s Avonds hebben we prima gegeten bij de dichtstbijzijnde Lodge a raison van 10 euro voor 4 man 3 gangen, inclusief bier en wijn, met als toetje een terugtocht naar de camping door het pikkedonker. Zo donker dat je letterlijk zomaar tegen iemand op kan lopen.
Een stukje verderop zijn de Buganji watervallen bij Jinja; dat zijn watervallen waarlangs het Nijlwater uit het Victoriameer komt zetten. Vanuit de Speke camping heb we een rafting tocht gemaakt, grade 5 en alles was gegarandeerd veilig, want we werden voorzien van zwemvesten, helmen en rondom de raft een aantal hulptroepen in kayaks. Dat klonk wel leuk, maar bleek echter niet misselijk te zijn. Hennelies bleef op de camping en heeft alleen de safety instructie kunnen meemaken, waaronder wat te doen als je in het water valt. De eerste twee stroomversnellingen, zeg maar watervallen, kwam dat erg goed van pas. Na hun lanceringen uit de boot hebben Liesbeth en Ipo uitgebreid de onderkant van de raft kunnen bestuderen en konden daarna
geheel volgens de instructie weer aan boord gehesen worden. De rest van de tocht zijn we binnenboort gebleven, niet in de laatste plaats omdat we de laatste grade 6 waterval de ‘chicken’ route hebben gevolgd, dat wil zeggen een stukje lopen met de raft op je nek langs de waterval. Na een lange dag voldaan bij ons kampement, met uizicht op de eerste van de watervallen, gebarbecued. Een unieke plek, die met de bouw van een nieuwe dam in dit deel van de rivier, binnenkort qua moeilijkheidsgraad van grade 5 naar grade 1 terug gaat.
Via Kampala, waar de auto’s een kleine beurt kregen, zijn we naar Murchinson falls park afgereisd. Na een enigszins teleurstellende game drive (we zijn inderdaad verwend) hebben we tijdens boottochtje, dat voer langs ontelbare nijlpaarden en nijlkrokodillen, op een gepaste afstand de laatste grootste waterval voor lake Edward kunnen bewonderen. Na een nacht van tropisch onweer en regenval en de verse hipposporen rondom onze tenten de volgende dag, weten we nu ook waar al dat nijlwater en nijlpaarden vandaan komen.
Via Kampala, waar de auto’s een kleine beurt kregen, zijn we naar Murchinson falls park afgereisd. Na een enigszins teleurstellende game drive (we zijn inderdaad verwend) hebben we tijdens boottochtje, dat voer langs ontelbare nijlpaarden en nijlkrokodillen, op een gepaste afstand de laatste grootste waterval voor lake Edward kunnen bewonderen. Na een nacht van tropisch onweer en regenval en de verse hipposporen rondom onze tenten de volgende dag, weten we nu ook waar al dat nijlwater en nijlpaarden vandaan komen.
Mount Elgon
De weg naar Uganda gaf ons de mogelijkheid om het Elgon game park te bezoeken. Zo gezegd , zo gedaan en gedurende een paar uurtjes lukte het ons om voor US$100 één aapje te zien, alle ander dieren roken ons van verre aankomen en verstopten zich tijdig in de bosjes. Maar dat ene aapje hebben we wel gezien door urenlang in 4-wheel drive door enorme modderpoelen te rossen. In een woord geweldig. De volgende dag gingen we echt verder naar Uganda en men had ons al gewaarschuwd dat de weg iets te wensen overliet. Dat was een understatement. Het was vergelijkbaar met een beginnend skiër op de zwarte piste. Eenmaal in beweging was er geen stoppen aan met een stuurwiel dat geen enkel effect meer had op de richting en een rem die er ook niet toe deed.
Met de kaken op elkaar geklemd en een gezicht van afgrijzen hotsten en botsten wij door de ene diepe modderkuil na de andere. Onderweg kwamen wij alleen lopende fietsers, schuivende en glijdende brommers en vastzittende vrachtwagens tegen. Wij, Ipo en Frus, stapten regelmatig uit de auto om de situatie te kunnen evalueren met een grijns van oor tot oor. De Keniaanse grensovergang was een doetje, no problem, en toen waren we in Uganda. Vanuit een klein gebouwtje in de verte wenkte ons een vriendelijk meisje. Wij wenkten even vriendelijk terug en wilden onze weg vervolgen. Toen het meisje met wat meer nadruk begon te wuiven vonden wij het nodig om de zaak wat dieper te onderzoeken en jawel, zij was een immigration officer. Haar kantoor leek een beetje op een knus hutje op de heide. Dat knusse ging er
onmiddellijk vanaf toen zij om vier maal US$50 begon te vragen voor een visum. Op de vraag of wij ook groepskorting konden krijgen keek zij op een meewarige wijze naar me zoals alleen vrouwen dat kunnen. Na deze onvrijwillige bijdrage aan het Ugandese ambtenarenfonds en met een ferm “Welcome to Uganda”mochten wij onze weg vervolgen naar de douane om onze auto in te klaren. Ergens in dit vervloekte dorp moest deze man zich bevinden. We hebben een aantal willekeurige deuren geopend tot we bij een hokje twee mannetjes heel genoeglijk de krant zagen lezen. Toen wisten we zeker dat we gearriveerd waren. Het ene mannetje had al gauw genoeg van ons en ging buiten wandelen. De ander vulde heel geconcentreerd allerlei belangrijke gegevens in, zoals kleur van de auto etc., op allerlei formuliertjes totdat zich een crisis van ongekende omvang voordeed. Een bepaald essentieel formulier bleek onvindbaar. Het tweede mannetje werd er bij gehaald en met vereende krachten werd onder “ACCOUNTS 2006” in een grijze enveloppe het juiste stuk papier gevonden. Een zucht van verlichting ging door de zaal. Een tweede crisis ontstond toen de nietmachine niet gelokaliseerd kon worden. Op onze opmerking dat we het nietje er wel bij zouden denken werd met zo’n ambtelijk afgrijzen gereageerd dat wij geen grapjes meer durfden te maken. Na wederom een bijdrage aan de Ugandese ambtenarij mochten we verder.
De douaneman had ons overigens wel verteld dat we niet moesten verwachten dat de kwaliteit van de wegen in Noord-Uganda even goed was als in Kenia. Even speelden wij nog met het idee dat we het niet goed verstaan hadden maar na een aantal uren met een gemiddelde snelheid van onder de 10 km/h, wisten we dat hier geen woord van was gelogen. We hebben in de Landcruisers versnellingen moeten gebruiken waarvan ik niet eens wist dat ik ze had. We zijn door kuilen gereden waarin een nijlpaard zich had kunnen verstoppen en over hard rock ontsluitingen recht omhoog gehobbeld.Een heel positief bijverschijnsel was dat wij bijzonder geliefd waren in dit deel van Uganda. Hele scholen met honderden scholieren liepen uit om ons toe te wuiven. Liesbeth en Hennelies hadden beiden aan het eind dezelfde stupide grijns op hun gezicht als koningin Beatrix en zwaaiden met hetzelfde lamme armpje als de paus.
Je kunt ook teveel van een goed ding hebben.Uiteindelijk na dubbel de geprognosticeerde uren hadden we Mount Elgon gerond en ,kwamen we uit waar we wilden zijn, namelijk op Mozes campsite bij de Sipi watervallen. De campsite was in één woord geweldig, er waren toiletten en douchezakken en een onvergetelijke view. Een paar meter voor de auto’s waren de haken voor het abseilen, dus het was wel zaak om bij het nachtelijke toilet bezoek wel de goede kant op te lopen.

Abonneren op:
Posts (Atom)